De verwarde man

Een aanklacht tegen de copy & paste cultuur

Archief voor Algemeen Dagblad

De misser van AK: een reconstructie

AK staarde naar zijn beeldscherm. Er moest iets komen nu. Zijn laatste bericht dateerde alweer van een paar uur geleden. Dat wil zeggen: het laatste bericht waar hij zijn initialen onder mocht zetten. Hij had vandaag wel meer gepubliceerd, maar die berichten had hij rechtstreeks overgenomen van een persdienst. Daar stond ANP of Novum onder. Nu had hij ‘eigen’ nieuws nodig. Dat moest van de hoofdredacteur. Die had bepaald dat elk redactielid dagelijks minstens vijf nieuwsberichten uit eigen nieuwsgaring moest publiceren. AK was nu bijna halverwege zijn werkdag en had er nog maar één.

Hij keek nog eens naar zijn scherm. Daar stond nog steeds niets. Hij zag een leeg Word-document. AK deed zijn ogen dicht en legde zijn vingers op het toetsenbord. Hoe had het zover kunnen komen, vroeg hij zich af. Zijn carrière begon zo goed. Eind jaren tachtig won hij de tweede Prijs voor de Nieuwsbladjournalistiek met een artikel over Molukkers. Niet lang daarna werd hij aangenomen als internetredacteur bij het Algemeen Dagblad. Veel had dat aanvankelijk niet om het lijf. Hij zette de artikelen online die andere redacteuren hadden geschreven voor de krant. Maar hij zat wel bij het AD! Vanuit die plek kon hij verder groeien, dacht hij.

Hij drukte een paar keer op return. ‘(AK)’ tikte hij. Dat vond hij mooi, zijn initialen op het scherm. Hij was apetrots toen die voor het eerst onder een artikel op de website stonden. Het was zo’n tien jaar nadat hij in dienst was gekomen. Blijkbaar had hij zijn werk goed gedaan, want hij mocht nu ook zelf artikelen schrijven. Toen zijn eerste eigen bericht online stond, maakte hij er een printscreen van. Hij stuurde een kopie naar al zijn vrienden en kennissen. Per post, want veel van hen hadden nog geen internet. 

AK klikte het Word-document weg en surfte langs een aantal weblogs. Daar moest het nieuws vandaan komen, wist hij. Het nieuws lag tegenwoordig niet alleen op straat, je kon het zelfs copy en pasten van internet. Duizenden jongens en meisjes hielden een blog bij. Sommigen schreven over hun huisdier, anderen over hun favoriete film. Maar er waren ook bloggers die graag journalistje speelden. En die pikte AK eruit. De wannabe-me’s noemde hij ze wel eens gekscherend. Ze deden zijn werk zonder ervoor betaald te worden. AK begreep daar niets van. Zelf deed hij nooit iets voor niets. Maar hij maakte er dankbaar gebruik van. Natuurlijk was niet alles wat de bloggers schreven AD-waardig, maar hij wist het kaf van het koren te scheiden. Hij was daar zeer bedreven in geworden. AK had zich ontwikkeld tot een waar nieuwsbeest. Hij rook nieuws al van een kilometer afstand. Bovendien kende hij zijn lezers door en door. Hij wist wat zij wilden weten.

AK begon zwaarder te ademen. Hij las over Geert Wilders. Iets over ‘de Neger van Venlo’. Zijn ogen raasden over het scherm. Ook dat had hij zich eigen gemaakt: hij kon diagonaal lezen. “What the fuck?”, fluisterde hij. Snel keek hij om zich heen. De redactie was aan het werk. Het rustgevende getik van vingers op toetsen. Opgewonden ging hij zelf ook aan de slag. Selecteren, Ctrl-c, Ctrl-v, foto opslaan, her en der wat tekst schrappen, leuk citaat erbij in een kader en klaar. Daar stond het. Officieel had hij nog de feiten moeten checken, maar dat was meer iets voor de oude journalistiek. AK ging graag met zijn tijd mee. Hij leunde tevreden achterover. Ja, het was waar: hij was nog steeds internetredacteur. Al twintig jaar had hij geen promotie gekregen. Maar daar zou snel verandering in komen. Dit bericht ging hem groot maken. “Hier kan niemand omheen”, zei hij grijnzend. “De Molukkers brachten me naar het AD, een neger maakt me hoofdredacteur.”

Advertenties